Grenzeloze tijd

Ik verzamel. Niet dat ik honderd rollen wc-papier of vijftig doosjes paracetamol insla als er een gerucht over schaarste rondgaat, daar ben ik te lui voor. Ik verzamel tastbare herinneringen. Ik bewaar alles. Maar dan ook alles. Ik gooi niets weg. Ook luiheid.

Een voorbeeld. Kleinzoon sr heeft lego ontdekt en op zolder moest nog ergens een doos met de magische steentjes staan. Nadat ik mij door Friese doorlopers, beduimelde knuffels, Remington typemachines, dozen met onduidelijke ordners, woordenboeken van zes talen, MULO-studieboeken en nog veel meer had heen geworsteld, was daar de lego. Ik sjouwde de trap af.  ‘Waarom heb je de andere twee dozen niet meegenomen?’ vroeg huisgenoot. ‘Laat mij maar even gaan. Je hijgt nogal.’ En zo keken we vol nostalgie tegen een enorme lading lego aan. Het was jaren geleden dat ze in gebruik waren maar het leek een week.

De dag kwam dat het hele gezin van zoon Corona had. Ook kleinzoon sr en de baby van zeven maanden. En natuurlijk had ik net – even onwetend als zij nog – een volle dag opgepast en mij nogal lijfelijk met de kleintjes geamuseerd. Twee dagen later voelde ik keel, koorts en ledematen. Zou het dan toch een keer raak zijn? Twee dagen wachten, geen verbetering. Een Coronatest boeken dan maar. Twee dagen spendeerde ik aan bellen en internetten voor een test. Na nog eens twee dagen kon het wattenstaafje erin. Twee dagen daarna zou de uitslag er zeker zijn. Een week gedwongen huisarrest lag voor mij. De lego sorteren leek mij een nuttige actie. Maar saai dat het was! De week leek wel een jaar.

Helemaal onder in de laatste doos bevonden zich bootjes, autootjes en huisjes in diverse stadia van opbouw. Ze waren mijn redding. Niet gehinderd door kinderen kon ik mijn fantasie de vrije loop laten en zag al een heel dorp verrijzen.  
Met geblutste knieën en spierpijn in de billen kwam de uitslag van de test toch nog een dag eerder. Negatief. Bijna vond ik het jammer.