Met het oog op morgen

In ons huis is kleinzoon junior met een gestage opmars bezig. Hij is nu ruim een jaar en midden in de lockdown geboren. Kraambezoek zat er niet in. Als ’s avonds de kraamhulp naar huis was, mochten de grootouders net aan even naar binnen. Herfst, winter en lente zag hij bijna niemand anders dan zijn ouders. Wat weten we nu meer dan een jaar geleden? Kleinzoon weet wat hij wil, de regering niet, en het virus is nog steeds de baas.

De eerste keer in zijn eentje bij ons was de kleine man niet van plan de schoot van opa te verlaten. Vanaf zijn veilige plek bekeek hij aandachtig met zijn grote bruine ogen de nieuwe omgeving. Een babylevensgrote Nijn wekte zijn nieuwsgierigheid. De overjarige en vaalwitte Nijn brengt als je op zijn pootjes en buik drukt woordjes en een liedje ten gehore. Vooral het liedje ‘Nijntje, een lief klein konijntje’ mocht hem zeer bekoren.
De week erna liet kleinzoon zich van de schoot zakken en dribbelde vastberaden op zijn hapklare mollige beentjes richting Nijn. Aan een oor sleepte hij het beest naar de bank waar wij koffiedronken en keek mij gebiedend aan. Ik gehoorzaamde trouw en drukte op de poot voor het liedje. Op den duur wat eentonig probeerde ik wat variatie in het geheel te brengen door op andere plekken te drukken. Dat beviel hem niet; het liedje moest het zijn. Ik zag zijn blik die leek te willen zeggen: laat maar, ik leer het zelf wel. Hij toog doelgericht aan het werk, pootje hier, buik daar, honderd keer mis. Het oefenen duurde een paar weken maar het lukte hem. Trots lachte hij zijn onweerstaanbare lach en maakte een eigen dansje. Het was duidelijk dat ik mee moest doen. En daar ging ik. Urenlang. Ja, zo’n kind doet wat met je. Eindelijk verzadigd keek junior de kamer rond en maakte duidelijk een plan voor de toekomst.

Vastberaden, doelgericht, met het oog op morgen en vertederend. Ja, zo zijn ze op die leeftijd. In ieder geval mijn kleinzoon. Lieve Mark, vertederend hoef je niet te worden, maar neem voor de rest een voorbeeld aan mijn kleinzoon.

Met dank aan Kees Olsthoorn