Wie wat bewaart heeft wat

Van de laatste zomergroenten van de moestuin en de eerste wintergroenten – courgette, wortel, pastinaak – maak ik soep. De kerrie erin doet het goed maar ik mis nog iets. In de koelkast vind ik een pakje met een restje kokosmelk, precies wat ik nodig heb. Ik giet het pakje leeg, knijp het nog eens goed uit, roer in de soep en proef.

Mijn moeder had in Amsterdam de hongerwinter meegemaakt. Mijn vader had als krijgsgevangene in een Duits kamp gezeten met maaltijden die uit niet meer bestonden dan waterige soep. Overal en altijd was thuis de oorlog op de achtergrond aanwezig. Elke dag hoorden we dat wij absoluut niet wisten wat honger was, dat je altijd je bord moest leegeten en dat je nooit eten mocht weggooien. Nou, die boodschap is goed overgekomen, zouden mijn kinderen zeggen als je ze ernaar zou vragen. Als ze uit school kwamen, riepen mijn pubers steevast: ‘Wanneer gaan we eten? Honger!’ En altijd was mijn antwoord: Dat is geen honger, dat is trek. In de oorlog, toen hadden ze honger. ‘Jaaaa’, klonk het dan verveeld en ze namen een duik in de kast naar chips. De jongens zijn allang het huis uit, maar tot op de dag van vandaag wordt hier in huis geen eten verspild. Oud brood wordt geroosterd, kliekjes worden bewaard en halve potjes saus staan in de koelkast voor later gebruik. Soms ga ik te ver.

Huh, de soep smaakt niet zoals verwacht, ik roer nog een keer en proef. Het valt niet te ontkennen, de smaak heeft iets ranzigs. Hoe kan dat nou? Dat pakje kokosmelk heb ik drie dagen geleden nog gebruikt, toch? Voor de zekerheid roep ik naar binnen: Dinsdag aten we toch Indiaas? ‘Nee, dat is veel langer geleden’. Daar geloof ik helemaal niets van. ‘Drie dagen geleden was onze trouwdag en toen zijn we uit eten geweest.’ Tja, dat kan ik niet ontkennen. Langzaam maar zeker begint het me te dagen. Helemaal kom ik er niet uit, maar dat het pakje al veel te lang open in de koelkast staat, is een niet te vermijden waarheid. De pan soep wordt resoluut leeggekieperd.

Gelukkig stond er in de koelkast nog een kliekje van de dag ervoor. Maar goed ook, want ik had behoorlijke trek.

7 gedachten over “Wie wat bewaart heeft wat”

  1. Het riep heel veel herinneringen op vooral ook aan het eten in de gaarkeuken dat ik niet lustte en mijn moeder bijna smeekte om het op te eten, zij mocht mijn eten van de soldaten niet opeten! honger maakt rauwe bonen zoet? voor mij dus niet, want ik heb maar een beetje van de dunne soep opgegeten! je hebt het weer [prachtig beschreven.

  2. Hoge herkenbaarheid José! Al geniet ikzelf vaak juist van de restjes en prikkelen ze mijn creativiteit voordat ik ga koken, ook bij mij verdwijnt er soms toch iets in de vuilnisbak.
    Lekker geschreven en 👍 dat Dorothée je verhaal pikt.

  3. Als “oorlogskind” weet ik maar al te goed wat echte honger is.
    Het: “Je hebt geen honger, je hebt trek” herken ik van mijn ouders en ik heb het ook weer doorgegeven aan mijn jongens.
    Je hebt het weer goed beschreven. Ook jouw zuinigheid met overgebleven eten. soms zet ik ook restjes,netjes afgedekt met folie, in de koelkast, maar ik vergeet of heb er geen zin in en belanden ze net als jouw vergemaakte soep in de afvalemmer.
    Cocosmelk gebruik ik altijd in de pompoen/wortelsoep. Half blikje of pakje. Gisteren nog.
    Daarvan heb ik de rest, nog voor twee personen, ingevroren. Zo lekker. Gr.

  4. Hulde Jose! Je weet van iets verdrietigs altijd weer een mooi verhaal te maken!
    Dat is ook een economisch goed toch?

  5. Hoi José
    Weer een heel herkenbaar verhaal!
    Ook bij ons speelt de hongerwinter met de ervaringen van onze ouders altijd op de achtergrond.
    Bij Eric nog meer dan bij mij. Soms sluip ik met een koelkast bakje stiekem naar de gft bak, want zijn grens ligt verder dan de mijne.
    Misschien een tip: een sticker met de datum van opening op pakjes en potjes😄

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *