Levensloopstress

Een jaar geleden is er iets gebeurd waardoor ik anders naar de wereld ben gaan kijken. Er kwam een kleinkind. Overal zie ik nu jonge grootouders dag in dag uit in de weer met een baby of peuter. Ze kijken vol verrukking naar een bundeltje mens in de kinderwagen of ze laten een kinderlijk gebrabbel los op een dribbelende dreumes. In een vorig leven waren dit volstrekt normale mensen. En ik? Ik ben geen haar beter. Als ik zo af en toe achter de wagen loop, straal ik een zacht glanzend licht uit van pure trots op het kleinood voor me. Het verschil is dat ik een luxe-oma ben zonder vaste diensten en zij reguliere opvang zijn.

Twee oma’s, één baby

Ik behoor tot de eerste generatie vrouwen die bleef werken tijdens zwangerschap en moederschap. De kinderen gingen naar de crèche en daar legden wij een behoorlijke som geld voor neer. Geen enkel probleem. Onze ouders waren op hun 65ste oud en moe en vonden -terecht – dat ze na een leven van sloven op hun lauweren mochten rusten. Natuurlijk waren ze niet minder trots op het eerste kleintje, ik zie nog voor me hoe mijn moeder aan mijn kraambed met een oneindige tederheid haar kleinzoon in de armen nam. Als kwieke senioren met oceanen van tijd, zijn de grootouders van nu dolgelukkig als ze een rol mogen spelen bij de opvang van het kleinkind.

Ze rijden van Leiden naar Nijmegen, van Den Haag naar Zierikzee, van hot naar haar om het harde leven van hun kroost te verlichten. Ze blijven logeren, huren een pied-à-terre of verhuizen. Altijd staan ze klaar en niets is ze teveel. Tot het volgende kleinkind zich aandient. Dan denken zij al wat langer na. En als er nog een paar komen, is het enthousiasme rap tanende. Na een paar jaar dienst worstelen de uitgeputte senioren zich met hangende schouders en slepende tred door de lange dagen met de handenbindertjes heen. Is dit allemaal wel redelijk? Oppassen is enig, zegt deze verse grootmoeder, maar het moet wel leuk blijven. Er zijn genoeg momenten om in te springen, al is het maar om onze lieve milleniumstellen een kwaliteitsmomentje te geven.

Bestaat levensloopstress dan toch?
Grootouders van Nederland, leer van uw kleinkinderen die nu nog heel goed ‘nee’ kunnen zeggen.

11 gedachten over “Levensloopstress”

  1. Grappig dat (de) ene Sjaak na bij het lezen van jouw blog distantieert van (groot)ouderlijk met kinderlijke intonatie praten tegen kleine kinderen. Heel herkenbaar, niet alleen omdat ik ook Sjaak heet.

  2. Tja, mijn kleinkinderen kwamen op de wereld in het verre Afrika en de eerste keer dat je ze dan in je armen sluit is wel heel bijzonder, na alle foto’s en filmpjes.
    Eigenlijk heb ik geen mening over en geen echte ervaring met oppassen. Elke keer als wij elkaar tot nu toe zien is een feestje…. ondanks het vele ‘nee’ en ‘waarom’ van mijn kleindochter van drie.
    Ik vond het altijd mooi als mijn partner vroeger weigerde om te zeggen dat hij op zijn eigen kinderen ‘oppaste’ . En dat klopt natuurlijk helemaal. Oppassen doe je voor een ander. Tot nu toe voelt het voor mij ook zo als het om de kleinkinderen gaat.
    Deze maand keren onze Afrikaanders terug naar Nederland dus ik ben heel benieuwd hoe ik het dan ervaar en of ik überhaupt zal worden ingezet…..

    1. Heerlijk toch? Het gaat erom dat het niet te veel moet worden en het je in de weg gaat zitten dat je nee tegen je kinderen moet zeggen.

  3. Wij hebben genoten van onze kleineerden toen we nog werkten, en doen dat nu nog steeds. De jongste kleinkinderen zijn 12 en 14 jaar en komen een paar dagen bij ons op de camping kamperen! We genieten ongelofelijk van hen en met hen en voelen ons zeeeeer rijk dat dit nog kan. Opvoeden hoeft niet alleen genieten en je leert allerlei nieuwe spelletjes.

  4. Herkenbaar al doe ik aan een ding niet mee en dat is het met een kinderlijk stemmetje praten. Deed ik bij mijn eigen kinderen al niet en ik heb het mijn vader, die samen met mijn moeder overigens wel op de kinderen van mijn zus paste en vaak ook, eveneens nooit horen doen. Terwijl ik toch al een vaste oppas opa ben sinds kleinzoon vier maanden is.

  5. Mijn zus heeft drie getrouwde kinderen die weer kinderen kregen. Zeven in totaal. Ze heeft zich flink opgeofferd om op haar kleinkinderen te passen. (zij vond het geen opoffering) Ik zag hoe moe ze werd naarmate er meer kleinkinderen kwamen en zij ouder werd. Vaak waren er twee of drie tegelijk. Ik heb, jammer genoeg, nooit kleinkinderen gekregen, maar ik zou geen vaste dagen hebben willen oppassen. Net wat je zegt: Het moet wel leuk blijven. Geen vaste baan worden. Misschien denk ik er zo over omdat ik werkte toen ik getrouwd was en mijn zus en vriendinnen niet. Er zullen grootouders zijn die zich in jouw verhaal herkennen.

    1. Voor opa’s en oma’s die zich herkennen in dat wel erg veel doen, is het moeilijk om dat toe te geven. Het is lastig om je kind iets te weigeren. Misschien denken ze wel dat ze de enige zijn die het weleens teveel wordt. En dat is echt niet zo. Een beetje herkenning helpt dan misschien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *