Vervelen is het nieuwe beleven

Het hangt in de lucht, je voelt het aankomen. Is het een tijdlang min of meer verboden geweest om je te vervelen, dat wordt radicaal anders. Nu gaat het nog om een eenzaam artikel in een krant over het vergeten bestaan van vervelen. Waar één krant begint, zullen alle andere volgen. In een mum van tijd wordt vervelen een heilig moeten. Verveel en u bestaat.

Toen ik kind was, zat ik op één clubje. Op gymnastiek, omdat mijn moeder zeker wist dat ik zonder rekstok een kromme rug zou krijgen, en later bij de kabouters, omdat mijn moeder oordeelde dat ik neigde naar mensenschuwheid. Mijn weken waren overzichtelijk en gevoegd bij het feit dat ik niet op straat speelde (mensenschuw ten slotte) rommelde ik in huis, pakte een pop die ik meteen neerlegde, vroeg mijn moeder de oren van het hoofd en bleef tenslotte hangen in een boek.
Mijn kinderen mochten op twee clubjes, verder hadden we – hoe modern – een videoapparaat, een paar jaar later gevolgd door de eerste spelcomputers – nu een collectorsitem. Nog steeds ruimte genoeg voor verveling.
De kinderen van nu ondergaan vele clubjes en partijtjes en zijn voortdurend in de auto op weg van het een naar het ander. Ervaren en beleven, daar gaat het om. Naast al die verplichtingen zijn er mobieltjes en tablets voor de tijdverslindende social media. Buiten spelen, de ultieme plek om je lekker te vervelen, gebeurt niet meer. De eerste overspannen groep 8-er is reeds gesignaleerd. Burn out volgt. Hoe moet dat later?

Voor het eerst van mijn leven voel ik me trendsetter of early adapter, daar ben ik nog niet uit. Al enige tijd schrap ik bezigheden of begin niet aan nieuwe. Het resultaat bleef lang op zicht wachten. Ineens, verleden week op een miezerige morgen kwam het: ik had niets te doen. Na een uur doelloos  door het huis lopen, ben ik dan toch maar begonnen aan het strijken van de stapel schone was die al een half jaar lag te smachten naar een hete bout. In opperste verveling domweg gelukkig achter de strijkplank.