IJsbloemen.

Foto: Nettie Olsthoorn

Heel Nederland prepareerde zich die zaterdag op de naderende barre tijden. Ik kon niet achterblijven. Op de moestuin moest de regenton geleegd, maar het kraantje openzetten was de oplossing niet. Het wegstromende water op de toch al drijfnatte grond zou in bevroren toestand de tere wortels van onze kostbare witte herfstframboos verwoesten. Er zat niets anders op dan gieters te vullen en die in de sloot te legen. Zucht. De dahliaknollen die we de laatste jaren in de schuur lieten staan, gingen mee naar huis en verdwenen naar zolder. Ik was klaar voor wat komen ging. De zondag heb ik genoten van de winterwereld. Vanuit mijn geriefelijk verwarmde huiskamer zag ik hoog opstuivende sneeuw in een sprookjesachtige achtertuin.

Bibberend van de kou stond ik binnen voor het raam. De snerpende oostenwind gierde door de kieren. Het deerde me niet want het glas was helemaal bedekt met ijs in bizarre vormen. ‘IJsbloemen´, zei mijn moeder. Als ik dichtbij ging staan en op het glas ademde, zag ik een beslagen rondje ontstaan. Ik was betoverd. Het was 1956 en een echte strenge winter had ons getroffen. Zo streng dat er geen steenkolen meer over de rivieren konden komen. De scholen gingen daarom dicht. Hoewel mijn moeder altijd ruim kolen insloeg voor de winter en wij niet op een kolenkit meer of minder hoefden te kijken, was tegen deze kou niet op te stoken. Tussen het bewonderen van de ijsbloemen door zat ik te tekenen aan een houten tafeltje dat schokte door mijn klapperende knietjes.  Mijn moeder zag me het liefst buiten – kind, ga nou, voor je het weet valt de dooi in – maar voor mij was het binnen ondanks de tocht maar dankzij de ijsbloemen, ijspret genoeg. Want buiten zijn met mijn niet al te degelijke schoenen betekende onvermijdelijk wintertenen. Weet iemand nog wat dat is? Geen aanrader.

De maandag ging ik toch maar even luchten en strompelde door de sneeuw naar de moestuin. De ramen in de deur van het schuurtje stonden vol met ijsbloemen. Ik voelde de magie van vroeger door me heen stromen. Dankbaar voor dit geluk keerde ik met mijn warme waterdichte schoenen terug naar mijn tochtvrije huis. Niet alles was vroeger beter.